Vakantie, liefde en privacy

De jongste is op kamp vertrokken, samen met de oudste. Zij is 14, hij 21. Zij als deelnemer, hij als kampverantwoordelijke. Ik geniet ervan, ben trots op hen allebei. Zij kent geen andere kinderen op kamp. Terwijl ze eigenlijk heel verlegen is, is ze toch vastbesloten om dit te doen. Maar ik ben ook wat ongerust: zal hierdoor haar zelfvertrouwen verbeteren of net niet?  Alle andere kinderen hadden vrienden of vriendinnen mee. Vindt ze aansluiting of is ze eenzaam?

Ik besluit haar kamer onder handen te nemen. Normaal gezien moet ze dit zelf doen, maar ze zit zo in mijn hoofd en zo ben ik iets dichter bij haar. Ik weet dat ze echt blij zal zijn als ze thuis komt in haar opgefriste kamer. Ik begin bij haar kleerkast, haal alles eruit, bekijk het en leg het dan netjes gesorteerd terug. De kleren die te klein zijn gaan in een zak. Die kan ze nog eens bekijken wanneer ze terug thuis is.

Ik word gelukkig van het resultaat en kan niet meer stoppen: alle kasten, schuiven, bakken worden gecontroleerd en gesorteerd. Ik kom briefjes, tekeningetjes, prulletjes, … tegen. Ik lees één briefje en besluit dan om verder niets meer te lezen. Afval gaat in de vuilbak, dingen waarover ik twijfel gaan in een bakje, boeken waarvan ik denk dat ze die niet meer leest, gaan op een stapel. Ik deel de schuiven en kasten opnieuw in. Uiteindelijk  ben ik een hele dag bezig en het resultaat is opvallend. Ik heb er energie van gekregen.

De volgende dag sta ik in de kamer van mijn zoon want ik moet voor hem toch ook iets doen. Ik haal een klokhuis van zijn overvolle bureau en voel onmiddellijk dat ik hier niet hoor te zijn. Hij zal helemaal niet gelukkig zijn als hij zijn kamer opgeruimd terug vindt. Ik trek de deur weer achter me dicht. Deze kamer heeft het veel meer nodig om gepoetst te worden, maar het zal niet door mij gebeuren.

Dit stadium zijn wij voorbij, mijn zoon en ik. Hij is volwassen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *