Vorige week heeft mama een sprong gemaakt, van de 5de verdieping naar beneden. Ze had de moed om de hel in haar hoofd te stoppen.
Ik heb geen idee wanneer het begonnen is, maar de laatste maanden had ze steeds meer last van waanbeelden. De verhalen die ze vertelde waren nu overduidelijk onrealistisch. De mensen die ze liefhad werden karikaturen. Ze legde vreemde verbanden tussen recente gebeurtenissen en angsten uit haar kindertijd. De hele wereld werd een bedreiging en zelfs haar kinderen werden monsters. Hier is geen bescherming tegen. Ze wist dat haar brein haar bedotte, dat ze geen onderscheid meer kon maken tussen waan en realiteit.
Ze stuurde boze, verwarrende mails naar ons, maar ook naar andere mensen. Wij reageerden verschillend: de ene was kordaat en probeerde haar te overtuigen, de andere luisterde en toonde begrip, … Wij probeerden elkaar te overtuigen van onze manier van aanpak. Maar wat we ook deden, de wanen namen toe en de wanhoop bij mama ook. Ze vocht voor controle, wou niet dat wij het overnamen van haar. Ze vroeg aan de huisarts medicatie, die haar kon helpen om te sterven. Ze werd wanhopig omdat ook de tandarts haar hiermee niet wou helpen en dacht dat het een complot was.
Mama’s brein was volkomen onbetrouwbaar geworden. Anderzijds was ze ook zachter geworden. Haar angsten maakten haar kwetsbaar en hulpeloos. In deze maanden werd onze band liefdevoller dan ooit. Zij reikte uit naar mij en ik kon haar even tot rust brengen. Ik verwachtte niets meer van haar en oude koeien keerden terug naar de gracht. Haar gedrag kon ik met zachtheid aanvaarden omdat we nu samen de dementie konden verwijten. Ik ontdooide naar haar toe en werd mild. Ik was niet meer bang om gekwetst of beoordeeld te worden en mijn masker viel weg.
Mama’s wanen namen toe en ze besefte dat mensen haar niet meer serieus namen. Ze voelde zich vervreemden van anderen, sloot zich van iedereen af en trok zich terug uit de wereld om zichzelf te beschermen. Ze wou het liefst alleen zijn. Mama mailde ons dat ze vakantie wou, van ons. We mochten haar tot een bepaalde datum niet meer bezoeken, mailen of bellen. Ze had ook recht op congé en we moesten haar gerust laten (in drukletters).
Ze was altijd een krachtige vrouw, die de touwtjes in handen hield. Ze had een heel duidelijke kijk op de wereld. Nu verloor ze alle controle: haar brein was niet meer betrouwbaar en dat wist ze. Ze schreef al haar gedachten op papiertjes en wanneer ik haar bezocht moest ik eerst duidelijkheid brengen “wat is waar en wat is waan?”. Daarna kon ze even ontspannen… tot het weer begon. De waanbeelden overheersten haar dag en nacht.
Ze kon niet langer alleen wonen en ze wist dat ze haar geliefde woning zou moeten verlaten om naar een verzorgingstehuis te gaan. Haar buren en vrienden lieten ons weten dat ze zich zorgen maakten en dat er iets moest gebeuren. Er kwam een kamer vrij in het verzorgingstehuis waar ze naartoe wou. Maar hoe goed ze daar ook voor haar zouden zorgen, het monster in haar hoofd kon niet getemd worden. Euthanasie was misschien een optie geweest, maar dat is een ingewikkelde en onzekere procedure en ze wou vooral geen mensen lastigvallen. Ze koos ervoor om te vallen naar de stilte.
Het monster is verdwenen, mama. Rust nu maar.








